Chapter 11

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

De Happy Coca smaakt iets bitterder vanavond, ook de derde. Het begint door te dringen wat de crisis voor mij en mijn bedrijf betekent. Met pijn in het hart heb ik vandaag afscheid genomen van mijn drie werknemers: Mateo, Elizabeth en Yelitza. In die volgorde omdat Mateo hier het langst werkt. Ik zie ze alledrie even graag. Drie hardwerkende mensen die het economisch lastiger hebben dan het overgrote merendeel van de Europeanen. Prijs je gelukkig dat je daar opgegroeid bent en de kansen hebt die wij hebben in ons Belgenland. Er blijft hier gewoon niets over op het einde van de maand; geen restaurant, reis, volle shoppingzak. Mateo en Elizabeth combineren een 48-uren-werkweek met een voltijdse studie als Ingeniero Ambiental. Yelitza heeft twee kinderen die bij haar ouders wonen 5u rijden van hier omdat ze niet voldoende financiële draagkracht heeft om hen hier in Santa Marta, bij haar, op te voeden. Alledrie verdienen ze 196, 74 euro per maand. Nee, het leven is hier niet veel goedkoper dan in Europa. Met dit minimumloon komt ook een Colombiaan amper toe. En toch is het een hard dagelijks feit voor veel Colombianen. Vele mensen die in de semi-legaliteit werken, leven van dag tot dag.